In de achtbaan van het leven..

Zou ik het durfen, dacht ik eerder
Toen ik voor de achtbaan stond
Nee, nooit zou ik dit ritje wagen
‘K bleef liever staan op vaste grond.

Maar wie had toen kunnen bedenken
Dat ik een keertje toch zou gaan
Alleen was het dan niet fysiek
Maar immers juist in’s levens baan.

Eens zat ik daar op grote hoogte
Voor ik naar beneden viel
Ik dacht nog tijdens deze afgang
Zou het mij helpen als ik kniel?

Als ik de hulp roep van mijn Jezus
Hij heeft immers helder zicht
God kan mijn achtbaan overzien
En zet het in een ander licht.

Wanneer ik in het duister leefde
Zat Hij daar altijd aan mijn zij
Wachtend tot ik om Hem riep
Dan was Hij daar immers voor mij.

Wees maar niet bang, hoorde ik zeggen
Ik zie je met jouw zorgen stoeien
Maar onderwijl, daar zorg Ik voor
Zal de magnolia weer bloeien.

De lente komt, ja, ook voor jou
Dan zal verdriet worden verstild
Jouw hart zal heus weer open gaan
Want dat heb Ik voor jou gewild!
Vol van hoop..

Als ik morgen wakker word
Is het dan verdwenen
Zijn de tranen dan gedroogd
Van hen die bitter wenen.

Is de wereld dan weer mooi
Nog mooier dan voorheen
Zijn zij, die nu verlaten zijn
Niet langer meer alleen.

Waait de wind dan milder
Heel zachtjes om mijn hoofd
En is die felle, felle pijn
Dan stilletjes verdoofd.

Zou men dan milder wezen
Verdraagzaam tot elkaar
Elkander weer benaderen
En dat zonder bezwaar.

Wat zou het heerlijk wezen
De wereld ging weer open
We zouden ongedwongen
Bij vrienden binnen lopen.

Zou bij het ochtendgloren
Mijn wens worden verhoord
Oh, knuffelen deed ik de aarde
Spontaan en ongestoord.

Hoopvol..
Hoopvol gegeven..

Ik hef mijn blik naar boven
Daar, naar het Paradijs
Want hier is het zo mistig
Zo donker en zo grijs.

Er is nu nog geen uitkomst
Geen enkel perspectief
Omdat iets, heel geniepig
Nog rond sluipt als een dief.

We hebben uitzicht nodig
Dat is mijn grootste wens
Een doel om naar te streven
Verbreding van de grens.

Het zal heus wel weer komen
Daar wil ik op vertrouwen
Een rots van hoop en van geloof
Om verder op te bouwen.

Het is een vast gegeven
De wereld op zijn kop
Maar over een klein poosje
Pak ik de draad weer op.

Nu wandel ik traag verder
Wel aan mijn Vaders hand
Met Hem door deze chaos
Houd ik de hoop in stand!

God zorgt dat ik niet strand..
   
© Grietje Boersma - Drachten