Erfgoed..

Sorry Heer, voor ons gedrag
Dat wij Uw schepping zo minachten
Er is geen enkel goed excuus
Wat dit alles kan verzachten.

Als ik naar de beelden kijk
Welk worden getoond op de tv
Van ontbossing en de rest
Dan wordt het op mijn maag zo wee.

Ik zie hoe dieren vluchten
Ook apen zijn in bitt’re nood
Dan huil ik diep van binnen
En is mijn medeleven groot.

Ik, op mijn hele kleine stukje
Kan zo bitter weinig doen
Ja, ik scheid het vele afval
En ben zuinig op het groen.

Maar als wij met zijn allen
Ons wat bewuster zijn
En de aarde respecteren
Dat zou al een vooruitgang zijn.

U hebt ons Heer, Uw schepping
Welk in liefde opgebouwd
Met een o zo gul gebaar
Aan ons mensen toevertrouwd.

Vandaar hier mijn excuus
Dat het toch is fout gegaan
In plaatst van zorg te dragen
Liepen wij er ver vandaan.

Toch, een dankbaar gegeven
Dat U ons nieuwe kansen geeft
Om opnieuw respect te tonen
Voor alles wat er met ons leeft.
Paradijselijk..

Al kijkend naar mijn tuintje
Weet ik wat ik moet doen
Hoognodig nu gaan wieden
Vooral het vele groen.

Ik zie u nu al denken
Maar groen dat is toch fris
Dat zou het zeker wezen
Wanneer het nuttig is.

Persoonlijk vind ik onkruid
Soms mooier dan de rest
Al denkt een menigeen
Dat het de tuin verpest.

Heeft onkruid dan ook nut
Daar is veel voor te zeggen
Want heus, het is gebeurt
Dat men het aan ging leggen.

Doch, er is ook een tuin
Welk vol geplant met bloemen
Geweldig om te zien
Teveel om op te noemen.

Je mag er vrijelijk lopen
De poort zit nooit op slot
Geen mooier tuin dan deze
Het is de tuin van God.

Waar vele bloempjes bloeien
Van groot naar teder klein
Omdat daar alle bloemen
Voor God belangrijk zijn.

En wij zijn als die bloemen
Geliefd bij onze Heer
Gaf God de bloemen kleur
Dat schenkt Hij ons temeer!
Vader..

Mag ik heel even met U praten
Komt U dan zitten aan mijn zij
Zou U ook bij mij willen komen
En luistert U dan heus naar mij?

Want meestal Heer, vouw ik mijn handen
En doe mijn beide ogen dicht
Omdat ik denk dat het zo hoort Heer
Alleen belemmert dat mijn zicht.

Vandaar mijn vraag welk ik U stel
Al is die wellicht iets brutaal
Ik wil U van mijn leed vertellen
Een onderdeel van mijn verhaal.

U zegt, Mijn kind, Ik zat reeds naast je
Daar was Ik met jou al die tijd
Ik hoor Uw stem en word verlegen
En betuig U zacht mijn spijt.

Ik voel me veilig bij U, Vader
En ben graag met U in gesprek
U neemt de tijd ook om te luisteren
Want aan tijd is geen gebrek.

Dat is wel anders bij ons mensen
Wij zijn zo druk en zo gehaast
Dat er dan mensen eenzaam zijn
Daarover zijn we weer verbaasd.

U wacht geduldig op ons roepen
Zelfs op een zachte fluistering
Het maakt dat ik met heel mijn hart, Heer
Eerbiedig tot Uw glorie zing.
   
© Grietje Boersma - Drachten