Paradijselijk..

Al kijkend naar mijn tuintje
Weet ik wat ik moet doen
Hoognodig nu gaan wieden
Vooral het vele groen.

Ik zie u nu al denken
Maar groen dat is toch fris
Dat zou het zeker wezen
Wanneer het nuttig is.

Persoonlijk vind ik onkruid
Soms mooier dan de rest
Al denkt een menigeen
Dat het de tuin verpest.

Heeft onkruid dan ook nut
Daar is veel voor te zeggen
Want heus, het is gebeurt
Dat men het aan ging leggen.

Doch, er is ook een tuin
Welk vol geplant met bloemen
Geweldig om te zien
Teveel om op te noemen.

Je mag er vrijelijk lopen
De poort zit nooit op slot
Geen mooier tuin dan deze
Het is de tuin van God.

Waar vele bloempjes bloeien
Van groot naar teder klein
Omdat daar alle bloemen
Voor God belangrijk zijn.

En wij zijn als die bloemen
Geliefd bij onze Heer
Gaf God de bloemen kleur
Dat schenkt Hij ons temeer!
Vader..

Mag ik heel even met U praten
Komt U dan zitten aan mijn zij
Zou U ook bij mij willen komen
En luistert U dan heus naar mij?

Want meestal Heer, vouw ik mijn handen
En doe mijn beide ogen dicht
Omdat ik denk dat het zo hoort Heer
Alleen belemmert dat mijn zicht.

Vandaar mijn vraag welk ik U stel
Al is die wellicht iets brutaal
Ik wil U van mijn leed vertellen
Een onderdeel van mijn verhaal.

U zegt, Mijn kind, Ik zat reeds naast je
Daar was Ik met jou al die tijd
Ik hoor Uw stem en word verlegen
En betuig U zacht mijn spijt.

Ik voel me veilig bij U, Vader
En ben graag met U in gesprek
U neemt de tijd ook om te luisteren
Want aan tijd is geen gebrek.

Dat is wel anders bij ons mensen
Wij zijn zo druk en zo gehaast
Dat er dan mensen eenzaam zijn
Daarover zijn we weer verbaasd.

U wacht geduldig op ons roepen
Zelfs op een zachte fluistering
Het maakt dat ik met heel mijn hart, Heer
Eerbiedig tot Uw glorie zing.
Als antwoord op mijn gebed..

Ik klopte op Gods hemel poort
En bonsde op Zijn Vader hart
Ik riep het uit, Heer.. helpt U mij
Want voelde mij toch zo verward.

Al aarzelend keerde ik mij om
De poort bleef o zo ferm gesloten
Had God mijn bede niet gehoord
Zou Hij dit zo hebben besloten?

Stil keek ik om over mijn schouder
In mijn ooghoek blonk een traan
De afstand tussen ons werd groter
Ik liep steeds meer van God vandaan.

Onderweg tijdens mijn zwijgen
Werd er op mijn hart geklopt
Het sleutelgat leek vastgeroest
Emoties heel diep weggestopt.

God echter, die Zijn kinderen kent
Had voor ieder hart een loper
Waar Gods hart uit goud bestaat
Was dat van mij echter van koper.

God opende mijn bittere hart
Zodat Hij binnen kon gaan wandelen
De pijn werd plotseling weggevaagd
Welk een gevolg was van mijn handelen.

Ik hoorde Hem tegen mij zeggen
Mijn kind, je was zo snel verdwenen
Want als je even had gewacht
Was ik wel bij de poort verschenen.

Blij keek ik naar mijn Heer omhoog
Hij had mij immers niets belet
Voortaan zal ik met meer geduld
Op antwoord wachten op gebed!
   
© Grietje Boersma - Drachten