De Profeet,

God zelf gaf mij een visioen
Een boodschap voor hen om mij heen
Ik wist nog niet wat ik moest doen
En voelde mij toch zo alleen.

Want was ik zeker van wat ik zei
Wanneer en waar, op welk uur
Het was Gods stem heel diep in mij
Die brandde als een gloeiend vuur.

Toen stond ik op, rechtte mijn rug
De spanning gierde door mijn keel
Ik sprak de woorden kort en vlug
Het werd mij zelf even teveel.

De toon waarop ik duidelijk sprak
Was vermanend en ook streng
En riep toen, niet op mijn gemak
Het zijn Gods woorden die ik breng!

Het volk keek, draaide zich om
Mij achterlatend op het plein
Ik voelde pijn en vroeg, waarom?
Waarom moet ik anders zijn!

   
© Grietje Boersma - Drachten