Vol van hoop..

Als ik morgen wakker word
Is het dan verdwenen
Zijn de tranen dan gedroogd
Van hen die bitter wenen.

Is de wereld dan weer mooi
Nog mooier dan voorheen
Zijn zij, die nu verlaten zijn
Niet langer meer alleen.

Waait de wind dan milder
Heel zachtjes om mijn hoofd
En is die felle, felle pijn
Dan stilletjes verdoofd.

Zou men dan milder wezen
Verdraagzaam tot elkaar
Elkander weer benaderen
En dat zonder bezwaar.

Wat zou het heerlijk wezen
De wereld ging weer open
We zouden ongedwongen
Bij vrienden binnen lopen.

Zou bij het ochtendgloren
Mijn wens worden verhoord
Oh, knuffelen deed ik de aarde
Spontaan en ongestoord!
De laatste reis..

Ze mocht nu niet gaan treuzelen
Er werd gewacht op haar
Wat zou ze mee gaan nemen
Teveel werd een bezwaar.

In elk geval haar knuffel
Die liet ze niet alleen
Waar zouden ze naar toe gaan
Ze wist geeneens waar heen.

Haar naam werd plots geroepen
Er was te weinig tijd
Haar pop liet ze maar liggen
Dit tot haar grote spijt.

Haar moeder klonk verdrietig
En op haar vraag waarom
Kreeg ze niet rechtstreeks antwoordt
Mama zei enkel, kom!

Daar liepen ze op straat
Er was een lange rij
Het leek wel polonaise
Er kwamen steeds meer bij.

En eenmaal aangekomen
Stond daar een grote trein
Daar moest ze in gaan klimmen
Zou het vakantie zijn?

De trein kwam in beweging
Kwam langzaamaan op gang
Er was gehuil en ook geschreeuw
Ze werd een beetje bang.

Ook kreeg ze het zo warm
Dat gaf niet, zei haar moes
Want strakjes in het kamp
Mocht ze onder de douche..
De vlag..

Daar in die hoek op zolder
Daar moest het ergens staan
Al turend in de schemer
Zo van het licht vandaan.

Haar oude benen trilden
Ze was ook zo verzwakt
En in haar woeste poging
Was ze er doorgezakt.

Nu stil op adem komend
Want straks ging het wel weer
Maar in haar hart klonk vreugde
Het ging nogal tekeer.

Gedachten kwamen boven
Ze schudde met haar hoofd
Hoe was dit alles mogelijk
Dacht ze ietwat verdoofd.

De afgelopen jaren
Waren zo zwaar geweest
Maar nu was het plots anders
Vandaag was het groot feest.

Kom op, mopperde ze zachtjes
Je moet weer overeind
En kreunend zocht ze verder
Ze was niets meer gewend.

Dat zij dit mocht beleven
Wie had dat ooit gedacht
Ze kon het niet bevatten
Hier had ze naar gesmacht.

Daar stond het noest gezochte
De vlag, wat was ze blij
Wat zou die straks mooi wapperen
Want heus, men was weer vrij!
   
© Grietje Boersma - Drachten