Maria

Ze was een meisje, ja, een kind nog
En hielp haar moeder in het veld
Onder de indruk van het wonder
Hetgeen de engel had verteld.

Ze was ontdaan, zo onverwacht
Was die engel haar verschenen
En voor de boodschap tot haar doordrong
Was hij zo plotseling verdwenen.

Wat had hij ook alweer gezegd
Jij zult een Koningskindje baren
Ze hield haar hand tegen haar borst
Haar hart kwam langzaam tot bedaren.

Hoe zou ze dit moeten vertellen
Zou Jozef haar nu niet gaan haten
Ze zag het angstig tegemoet
Als hij haar maar niet zou verlaten.

Doch in dit alles werd voorzien
De engel zou aan hem verschijnen
Zodat ook hij geloven zou
En alle twijfel zou verdwijnen.

Toen in die nacht werd Hij geboren
Gelegen in een donkere grot
Arm als Hij was, kwam Hij op aarde
Jezus Christus , onze God!
Waar?..in een stal..

Er is een kindeke geboren
Op zich is dat niet ongewoon
Alleen zal ooit dit kleine kindje
Zitten naast God op de troon.

Heel even kijk ik stiekem mee
Over de schouder van de herder
Wat zou ik graag dit kindje strelen
Maar ,helaas, ik durf niet verder.

En zou dat dan eerbiedig zijn
Dat denk ik niet, ben ik nu bang
Maar echter zal ditzelfde kind
Mij strelen, zacht over mijn wang.

Wanneer er tranen van verdriet
Behoedzaam naar beneden glijden
En ik ze niet kan tegenhouden
Geen confrontaties kan vermijden.

Maar Jezus, kind, Immanuel
Hij kent mijn hart en wat daar leeft
Het troost mij, want Hij gaat met mij
Omdat Hij zielsveel om mij geeft.

Wanneer ik naar het kindje kijk
Wat ook voor mij ooit is geboren
Dan weet ik met een zekerheid
Dat ik voor Hem nooit ben verloren.

Het is alsof Hij naar mij kijkt
Zijn ogen helder in de nacht
Geen mens straalt zoveel liefde uit
Hij heeft op jou en mij gewacht!

Ode aan de lach

Lach, o lach, waar bent ge nu
waarom bent ge verdwenen
ach, lacht gij mij nu zachtjes uit
terwijl ik zit te wenen.

Een dag hiervoor was het er nog
al schallend door de ruimte
nu hoor ik slechts een kil geluid
dat klinkt vanuit de verte.

Kom, en vaag mijn tranen weg
en voer mij naar het licht
gij die zo heel veel vreugde brengt
kom terug op mijn gezicht.

Lach, zo klaterend, zo fel
ga met mij mee vandaag
ik mis u, held're lach van mij
want ach, ik lach zo graag.

Waarom zou ik nog somber zijn
dat heeft geen enkele zin
dus forceer ik nu een lach
en blijf er bijna in.

Het helpt, mijn ogen stralen weer
mijn mond krult weer omhoog
wolken verdwijnen voor de zon
en zie, een regenboog.

Lach, mijn lach, daar bent ge weer
ik had u slechts gemist
maar uw geluid doet mij zo goed
heeft tranen weggewist.

   
© Grietje Boersma - Drachten