Kinderlijk leed

Een kind
verpakt tussen de mensen
tezamen in een boot
hopend op de redding
zo klein, maar ook zo groot.

Een kind
welk moet vertalen
dat wat de ander zegt
woorden zo ongrijpbaar
hun in de schoot gelegd.

Een kind
met grote ogen
al rillend van de kou
ontmoedigd en alleen
vermoeid van het gesjouw.

Een kind
zo meegesleept
terwijl het soms nog sliep
gevlucht in duisternis
heel stil, in het geniep.

Een kind
zie ik daar liggen
tussen de mensen in
angst overheerst, geschrei
heeft vluchten nog wel zin.

Een kind
uit zoveel kleinen
mijn God, houd U ze vast
want Heer, ook juist de kinderen
ze worden zo belast.

Dat kind
staat op mijn netvlies
ik poets het er niet af
zou het willen wiegen
als dat het vrede gaf.

Zo,n kind
uit alle kinderen
maar Jezus ziet het staan
voor Hem geen vreemdelingen
Hij neemt ze allen aan!
   
© Grietje Boersma - Drachten