Artikelindex

Hij kocht wat bruikbare dingen en een paar luxe lekkernijen want dat gunde hij deze onbekende oom wel.
Het was ook wel een avontuur hoor. Daarbij was het bijna kerst en met die gedachte in je achterhoofd wilde je toch wel wat voor je medemens betekenen!
Jacob deed de boodschappen in een krat en ging weer naar huis waar de warme kachel hem loeiend verwelkomde!
Hij gebruikte de warme maaltijd en na een poosje gelezen te hebben in een mooi boek welke hij cadeau had gekregen, ging hij maar naar bed, want wilde de volgende dag vroeg vertrekken.
Zo gezegd, zo gedaan.
De volgende ochtend werd hij uitgerust wakker, de slaap had hem goed gedaan.
Hij stapte snel onder de douche, kleedde zich aan, gebruikte een simpel ontbijtje en ging toen op weg naar oom Caspar.
Terwijl hij daar naar toe reed vroeg hij zich af hoe deze oom zou zijn, was het een oude knorrige man die niets van andere mensen moest hebben of was hij een eenzame oude man die door anderen werd vermeden?
Zo ging er van alles door hem heen, en maakte zichzelf een beeld van deze oom Caspar.
Ook wist hij wel dat het een fantasie was die misschien helemaal niet klopte met de werkelijkheid, maar daar hield hij wel rekening mee.
Hij kwam aan in een klein dorp en vroeg daar naar oom Caspar. Men wist hem te vertellen dat hij het huisje van deze man niet met de auto kon bereiken en om die reden te voet verder moest gaan.
Gelukkig had hij achterin de auto zijn laarzen liggen, die kwamen nu goed van pas want het pad welke dwars door het weiland liep, was nogal modderig.
Zijn jas goed dichtgeknoopt en een sjaal om zijn nek, ging hij op weg.
Intussen snoof hij de heerlijke frisse winterlucht in, dat deed hem werkelijk goed, het maakte hem vrolijk en wakker tegelijk.
Hij voelde de neiging opkomen om naast het pad te gaan lopen, zomaar door de modder maar onderdrukte deze kriebel want dan zou hij wel heel vuil worden en een nogal rommelige indruk maken op de nieuwbakken oom.
Hoe zou deze reageren, vroeg Jacob zich ineens af, want hij wist immers helemaal niets af van de komst van hem, oei!
Nou ja, hij zou het maar op zich af laten komen en het voor lief nemen ook.
Heel in de verte zag hij een klein huisje staan, meer had het de uitstraling van een hutje.
Was het daar waar hij moest zijn?
Tja, het kon niet anders zijn dat huisje wat hij zag, dat van oom Caspar was.
Hij versnelde zijn pas want kreeg ineens een beetje haast, zo nieuwsgierig was hij naar deze oom waarvan hij dus nog niet eerder had gehoord en van zijn bestaan niets afwist.
Ook wel triest eigenlijk want dan had hij zich al veel eerder om deze oude man bekommert, dat lag wel in zijn aard.
Eenmaal aangekomen zag hij dat er geen bel bij de voordeur was, hij liep om het huisje heen maar het leek wel triest en verlaten.
De ramen waren van de viezigheid beslagen, Jacob kon er niet doorheen kijken, hij veegde er nog wat met de mouw van zijn jas overheen maar ook dat hielp niet veel helaas.
Hm, hij had ook geen zin om terug te lopen, was tenslotte niet voor niets dit hele eind gereisd om met lege handen, of nee, met het krat boodschappen weer terug te keren.
Het krat werd daarbij ook wel erg zwaar nu en hij besloot het bij de deur te laten staan, het zou vanzelf wel gevonden worden, dacht hij.
Toen meende hij toch een geluid te horen achter de gesloten ramen, hij legde zijn oor er tegenaan en ja hoor, daar was het geluid weer, het leek op een brommen, hij kon het niet zo goed thuis brengen.
Daarop besloot hij eens goed hard op de deur te kloppen want voor hetzelfde was oom Caspar een beetje doof, dat zou zomaar kunnen immers.
Hij klopte en klopte nogmaals, toen daarbinnen een stem riep; wie is daar?
Nu, dacht Jacob even met een binnenpretje, dan moet je de deur maar open doen, kun je het met eigen ogen zien.
Terwijl hij dit dacht ging ineens de voordeur open, met zo,n zwaai dat Jacob er van schrok.
Oom Caspar keek hem met grote verwondering aan alsof hij nog nooit eerder een ander mens dan zichzelf had gezien.
Met wie heb ik de eer? Vroeg hij.
Hallo mijnheer Caspar, zei Jacob. Hoe weet jij mijn naam, vroeg oom Caspar verbaasd.
O, neem mij niet kwalijk, zei Jacob, ik ben Jacob en een achterneef van u.
Nu, oom Caspar keek alsof hij het in Keulen hoorde donderen.
Ben jij..stamelde hij, ben jij dat kleine jochie van..en toen volgde de namen van de ouders van Jacob.
Ja, zei Jacob, op zijn beurt heel verbaasd, dat ben ik, maar kent u mij dan?
Zeker ken ik jou, antwoordde Caspar, ik ben vaak bij jullie thuis geweest, maar dat is een hele poos geleden.
Oh, zei Jacob, dat geloof ik graag als u mij alleen maar herinnert als kleine jongen.
Kom binnen, zei Caspar met een glimlach om zijn mond die hij niet kon verbergen.
Jacob liep achter zijn oom aan het kleine huisje binnen.
In de ruimte gekomen die als huiskamer diende, besefte Jacob hoe arm zijn oom werkelijk was. Er stonden bijna geen meubels. Behalve een kast, een tafel, twee stoelen en een bed welke achter een gordijn was verscholen, waren het enige meubilair.
Voorzichtig ging hij op één van de stoelen zitten want ze zagen er nogal breekbaar uit.
Terwijl hij daar zat en zijn ogen rond liet gaan door het vertrek zag hij in een nis nog een soort van leunstoel staan, dat was vast de geliefde plek van oom Caspar.
Deze vroeg hem of hij trek had in een kopje koffie, nu, dat had Jacob wel.
Er werd een mok koffie voor hem neergezet en warempel een bescheiden koekje, dat, zo vertelde oom Caspar, was hem door een klein meisje, samen met haar grote broer gebracht,
dat deden ze ieder jaar rond kerst, dan gingen ze met hun moeder koekjes bakken en kreeg hij ook een trommeltje vol.
Is dat niet lief? Vroeg hij aan Jacob.
Jacob constateerde dat zijn oom helemaal nog zo gek niet was, het was best een aardige oude man, een beetje verwaarloosd maar dat leek hem logisch gezien de omstandigheden waarin zijn oom leefde, daar hoopte hij nog wat meer over te weten komen.
Eindelijk ging ook oom Caspar zitten, een diepe zucht volgde, ja, zo vertelde hij, ik heb wat last van jicht en met dit koude weer speelt het dan heftig op, best lastig, maar er valt wel mee te leven hoor!
Er werd even heen en weer gepraat over koetjes en kalfjes voordat Jacob overging in hetgeen waarvoor hij werkelijk kwam. Hij vertelde oom Caspar over de brief die hij had ontvangen van neef Timon. Tegelijk dat de naam Timon werd genoemd trok er een schaduw over het gezicht van oom Caspar, zijn ogen vulden zich ineens met tranen die kort daarop over zijn oude wangen rolden.
Jacob verrast door deze reactie was er even stil van, toen hij was bekomen stond hij op uit zijn stoel en legde voorzichtig zijn arm om de schouders van zijn oom, deze liet het stilletjes begaan en snoot zijn neus luidruchtig in een smoezelige zakdoek die hij uit de hoek van de stoel opviste.
Jacob ging na enige tijd weer zitten en liet oom Caspar op verhaal komen voor hij zelf zijn verhaal ging vertellen, want dat die er was, was wel zeker, zo dacht Jacob.
Een tweede kop koffie volgde en er werd ook gastvrij nog een koekje bijgelegd.
Toen begon oom Caspar te vertellen.
Hij vertelde over zijn jeugd die heel warm en gelukkig was geweest, een boei waarop hij de rest van zijn leven op terug kon vallen, totdat zijn ouderlijk huis er na het overlijden van beide ouders niet meer was, daarna was het alsof alle vaste grond onder zijn voeten weg was gevallen.
Hij begon over de wereld te zwerven, voer met grote schepen mee en ontmoette zo zijn vrouw die als kokkin op zo,n schip werkzaam was.
Haar naam, welke hij pas na enkele dagen te horen kreeg luidde: Maria, ja, net zoals Maria uit de Bijbel.
De Bijbel, dat was voor Maria wel het allermooiste boek waaruit ze zo enthousiast kon voorlezen, met name het kerstevangelie, zo dat Caspar op een gegeven dag door die wondermooie woorden werd geraakt. Of het kwam door de stem van Maria die als het ware begon te zingen en te jubelen tijdens het voorlezen of.... door het verhaal op zichzelf, dat kon Caspar nog steeds niet aangeven, maar dat hij geraakt werd was een gegeven!
Die dag zou hij niet snel vergeten. Zijn hele hart werd verwarmd bij de Blijde boodschap van het kindje Jezus die op de aarde was gekomen voor alle mensen, arm of rijk, verstoten of juist aanvaard, enzovoort.
Dat had hem diep ontroerd want hij had altijd gedacht dat je juist je plekje in de Hemel moest verdienen, nu bleek dat niet het geval te zijn.
Zijn leven was er door verandert en zo ook zijn kijk op de medemensen die hem toch met grote regelmaat hadden teleurgesteld.
Hij vroeg niet lang daarop, zijn Maria ten huwelijk waar ze gelukkig met grote blijdschap, ja, op zei.
Er volgde een gelukkige periode in het leven van Caspar waarin een zoon werd geboren, zijn naam was..Timon!
Aha, daar kwam de aap uit de mouw, Timon, zijn neef, was dus een zoon van oom Caspar, was de conclusie van Jacob.
Maar waarom was deze Timon dan niet zelf naar zijn vader gegaan en waarom dan had hij dit aan Jacob overgelaten?
Maar hij besloot om zijn oom nog niet in de rede te vallen en liet hem verder praten.
Oom Caspar vertelde, terwijl er opnieuw dikke tranen over zijn wangen stroomden, dat zijn lieve vrouw Maria vroegtijdig aan een ernstige ziekte was overleden en hij alleen achter bleef met hun zoontje die nog te klein was om het verdriet van zijn vader te begrijpen.
Caspar trok zich telkens meer in zichzelf terug naarmate de tijd verstreek en verwaarloosde zo een beetje de kleine Timon.
Dit werd door de buren opgemerkt en die probeerden eerst tot Caspar door te dringen voor ze zelf stappen ondernamen om bepaalde instanties in te schakelen omdat ze zagen dat Timon er onder leed en zijzelf helaas te oud waren om de zorg voor de kleine jongen op zich te nemen. Anders hadden ze dit met alle liefde gedaan!
Het kon Caspar op dat moment niet zoveel deren daar hij teveel met zichzelf in de knoop lag. Maar toen het eindelijk tot hem doordrong dat hij zijn zoontje min of meer kwijt was, was het al te laat. Er waren papieren ondertekend waarin hij had toegestemd Timon ter adoptie af te staan.
Inmiddels waren er lieve mensen gekomen die Timon liefdevol in hun eigen gezin hadden opgenomen, waar hij een geweldige tijd beleefde te midden van een gegeven broertje en zusje.
Groot verdriet vulde het hart van Caspar. Hij voelde zich machteloos en te zwak om verdere actie te ondernemen en maakte de afspraak met de adoptieouders dat deze hem zo nu en dan een foto zouden opsturen van Timon en hem op de hoogte hielden van diens ontwikkeling.
Dat gebeurde altijd keurig maar nam niet de pijn van het gemis weg bij Caspar.
Timon wist van dit alles niets, daarvoor was hij nog te klein.
Caspar besloot zich terug te trekken in het kleine huisje ver van de bewoonde wereld en daar zijn dagen te slijten in eenzaamheid. Deze eenzaamheid die hem zo nu en dan naar de keel greep deed hem naar dat mooie Boek, de Bijbel van Maria grijpen, waaruit hij dan enkele passages las welke hem troosten en rustig maakten.
Ook had hij geleerd te bidden en sprak tot zijn geliefde Jezus alsof deze naast hem zat, heel simpel en eenvoudig, maar daarom niet minder gemeend!
Ineens realiseerde oom Caspar zich dat hij de hele tijd aan het woord was geweest en vroeg Jacob of deze nog wat wilde drinken, deze weigerde een drankje omdat het buiten al begon te schemeren en hij nog terug naar huis moest. Maar niet zonder de belofte te hebben gemaakt om weer terug te komen, dan zouden ze nog wat verder kunnen praten.
Wat oom Caspar niet wist was dat Jacob allang een plannetje had bedacht terwijl hij had zitten luisteren, hierover verheugde hij zich reeds, maar wist ook dat het een kleine kans van slagen had.
Bij de deur omhelsde de oude man Jacob en moest nog even aan hem kwijt dat hij besefte dat Timon niet langer in het ongewisse was wat zijn afkomst betrof, want waarom anders had hij Jacob gestuurd!
Er was weer nieuwe hoop opgeweld in het hart van oom Caspar.
Na dit hartelijk afscheid ging Jacob weer op weg naar zijn auto en reed met zijn hoofd vol plannen naar huis.
Toen hij thuis aankwam was het al te laat om nog actie te ondernemen en besloot daarmee tot de volgende dag te wachten.
Hij maakte voor zichzelf wat eten klaar, ging genoeglijk voor de open haard zitten en at met smaak zijn maaltijd op, terwijl hij naar het nieuws op de teevee keek.
Tot hij besloot dat er niets meer interessants op teevee kwam en pakte zijn boek waar hij in aan het lezen was. Las een paar hoofdstukken alvorens hij naar bed ging.
Hij was toch ook wel erg moe en ging daarom maar niet laat naar bed, zodra zijn hoofd het kussen voelde viel hij dan ook als een blok in slaap.
De volgende ochtend kon hij bijna niet wachten om zijn neef Timon op te bellen, maar het was nog wat aan de vroege kant en daar hij niet wist of Timon een ochtend of een avondmens was, wachtte hij toch nog maar een poosje.
Toen het half elf was vond hij het wel een geschikte tijd, pakte de telefoon, toetste het nummer in en wachtte met kloppend hart of er aan de andere kant werd opgenomen. Het duurde even maar toen klonk toch de stem van Timon aan de andere kant; met Timon van der Kam. Met Jacob, antwoordde Jacob. Ha, die Jacob, zei Timon alsof ze dikke maatjes waren.
Ik wilde je even vertellen over mijn bezoek aan je vader gisteren. Mijn vader, vroeg Timon, hoe weet jij dat nu?
Tja, zei Jacob, vanzelfsprekend dat ik dat te weten kwam, denk je niet, dat heeft jouw vader mij wel verteld. Ach ja, zei Timon weer op zijn beurt, dat was ook wel te verwachten immers, maar is ook niet erg hoor, dan weet jij gelijk hoe de vork in de steel zit.
Dat is zo, antwoordde Jacob, maar ik vroeg mij wel af hoe het dan kwam dat jij niet zelf je vader hebt opgezocht.
Ach, weet je, zei Timon, ik heb nog maar sinds kort ontdekt dat Caspar mijn biologische vader is en moet nog aan het idee wennen, daar gaat even tijd overheen, denk ik.
Nou ja, zei Jacob, maar je moet er ook weer niet te lang mee wachten want jouw vader is al op leeftijd en ook zijn gezondheid is volgens mij niet al te best, hij zag er zo broos en breekbaar uit!
Ik had een idee opgevat, zei Jacob, wil je het horen of zeg je, liever niet! Och, laat maar horen hoor, zei Timon, kan nooit geen kwaad dacht ik.
Jacob zei; als jij nu eens bij mij kwam logeren, dan kunnen jij en ik elkaar wat beter leren kennen en dan zouden we na een weekje of zo samen op bezoek kunnen gaan bij je vader, of beter nog, voor kerstmis, dat zou nog eens een prachtig kerstgeschenk zijn voor hem. Hoe denk je erover, of overval ik jou hier nu erg mee?
Het bleef even stil aan de andere kant maar kort daarop sprak Timon uit dat hij het toch wel graag wilde en, zoals hij aangaf, is het voor mij wel gemakkelijker om met jou samen mijn vader op te zoeken.
Zo gezegd, zo gedaan. Er werd een tijd afgesproken waarop Jacob, Timon van de trein zou halen, dit zou dan de volgende dag al kunnen zijn, plannen werden gesmeed!
Jacob voelde een lichte opwinding, zijn plan om vader en zoon voor kerst te verenigen zou zeer waarschijnlijk lukken, dat was zijn doel.
Afwachten en bidden was zijn motto!
De volgende dag op de afgesproken tijd stond Jacob klaar om zijn nieuw verworven neef te ontmoeten, de trein kwam mooi op tijd aan op het station.
Nu goed kijken of hij Timon niet over het hoofd zou zien, welnu, dat was ook niet het geval daar Timon nogal lang was, langer dan zijn vader maar wel met de gelaatstrekken die Caspar zo typeerden.
Hij liep op zijn neef af en ze schudden elkaar hartelijk de hand. Er was gelijk een klik tussen de beide jongemannen. Eenmaal in de auto raakten ze druk in gesprek alsof ze verloren tijd moesten inhalen. Zo kwamen ze sneller dan verwacht aan bij het huis van Jacob.
Timon sprak zijn bewondering uit over de mooie aangelegde tuin waarop Jacob eerlijk zei dat hij niet zelf de tuin had aangelegd maar daarvoor een tuinman uit het dorp had ingehuurd. Hij zei; je moet vakwerk maar aan vakmensen overlaten, dit met een gulle lach.
Binnen wees Jacob Timon zijn kamer en de badkamer waar hij zich eerst zou kunnen opfrissen, waar hij dan ook dankbaar gebruik van maakte.
Toen ze samen aan de maaltijd zaten vertelde Jacob zijn plan. Timon kon zich er wel in vinden en ze spraken af om de dag voor kerstmis op bezoek te gaan bij Caspar, maar, zo besloten ze, hij moet er wel van op de hoogte worden gebracht anders zou de verassing wel eens te groot kunnen worden.
Dat werd geregeld.
En zo kwam het dat op de dag voor kerstmis Caspar zenuwachtig zat te wachten en geregeld uit het, inmiddels schoon gepoetste, raam zat te kijken.
Toen hij de jongens zag aankomen gooide hij de deur wijd open en liep ze al tegemoet zo hard zijn oude benen hem konden dragen. Hij omhelsde zijn zoon Timon die zijn tranen de vrije loop liet en zo stonden daar vader en zoon herenigd in een innige omhelzing.
Jacob ging inmiddels stilletjes naar binnen. Hij kon zijn ontroering nauwelijks verbergen en moest denken aan dat prachtige verhaal uit de Bijbel over de verloren Zoon die weer terug keerde naar huis. Hij pakte de oude Bijbel van Maria en zocht dat gedeelte op.
Zo vonden Caspar en Timon hem, al lezende in de Bijbel, een grote glimlach om zijn mond en zijn hart vervult met dankbaarheid.
Want dat hij had kunnen bijdragen aan zo,n fijne hereniging tussen twee mensen die elkaar nodig hadden en van elkaar hielden..... Dat had hij nooit kunnen dromen!
Ja! Dat is waar kerst ook om draait; liefde en vergeving! Want is het niet zo dat het kindje Jezus mede daarvoor op de wereld is gekomen, om verzoening te brengen onder de mensen!
Hij: Immanuel!!
   
© Grietje Boersma - Drachten