Zo de haan kraait..

En de haan kraaide, niet 1, niet 2, maar wel 3 keer.
Ze hoorde het schrille geluid, draaide haar hoofd om naar vanwaar het geluid kwam en zag een man zitten op de stoep, ver voorover gebogen, alsof hij iets zocht op de grond.
Ze liep dichterbij en vlak bij de man gekomen zag ze zijn schouders lichtjes schudden alsof hij..alsof hij..ja, hij huilde zacht. Het raakte haar, dit verdriet van deze grote stoere man en vroeg hem beleefd wat er aan scheelde. Had hij iemand verloren die hem dierbaar was misschien?
Dat scheelt niet veel, had de man gesnikt. Ze ging naast hem zitten op het stoepje en keek hem aan ten teken dat ze luisterde. Het moedigde hem aan haar zijn verhaal te vertellen over de Man die daar binnen, helemaal alleen en verlaten door Zijn vrienden pas werd veroordeeld en hij, Simon Petrus had niets gedaan om dit te voorkomen.

De Man, genaamd, Jezus, had hem, Simon eens gered van een doodlopend bestaan. Hij die door niemand echt werd opgemerkt werd gezien en gewaardeerd om wie hij was, een eenvoudige visser.
Jezus had zomaar Zijn arm om hem heengeslagen, dit gebaar had Simon ontroerd en hij kon zijn emoties nauwelijks verbergen. Jezus had dit aangevoeld en niets gezegd wat dit kon versterken, dan zou de grote man zich alleen maar hebben gegeneerd. Alleen maar die vraag aan hem: Simon Petrus, Rots, zo noem ik jou, volg je Mij?
Waarnaar toe, had hij gevraagd. Jezus antwoordt: dat doet er niet toe, maar Ik zal je visser van mensen maken, had voldoende geleken.
Blij en gemotiveerd was hij Jezus gaan volgen, samen met nog vele anderen. Dat volgen hield meer in dan alleen maar achter Hem aanlopen, dat volgen betekende zijn hele levenswandel aanpassen, veranderen. Jezus ging hem daarin voor en gaf waardevolle aanwijzingen hoe dit te doen, want het was waarachtig niet zo simpel als het in de eerste instantie had geleken.
Hij was veel van de Herder gaan houden en steunde op Zijn wijsheid en inzichten. Jezus op Zijn beurt hield veel van deze zo stoer uitziende man die echter wellicht een grote mond had maar een piepklein hartje.
Simon was meerdere keren voor zijn Heer en Meester in de bres gesprongen, zo zelfs dat Jezus hem een enkele keer tot de orde moest roepen.

Die keer dat Jezus zijn voeten wilde wassen en hij dat weigerde, toen voorstelde, dan niet alleen mijn voeten maar ook mijn gezicht en handen. Dit was niet in goede aarde gevallen bij de Heer want wie reeds een bad had genomen hoefde niet meer helemaal schoon gewassen te worden . Hij waarschuwde dat er iemand tussen hen in zat die niet schoon was. Simon schrok in de eerste instantie maar de Heer legde uit waarom Hij hen de voeten had gewassen en zij dit ook bij anderen zouden moeten doen. Anderen dienen, dat was de boodschap. ( intussen was de onreine discipel van tafel opgestaan en via een zijdeur gevlucht)
Oh..en die keer, die vreselijke keer dat hij het oor van de knecht had afgehouwen omdat ze Zijn Jezus te na kwamen. Jezus had hem berispt met de woorden: Zou ik de beker die de Vader Mij te drinken geeft niet drinken en had liefdevol ( hoe kon Hij) het oor weer aangezet met een enkel gebaar!

Ik zat nog steeds op het stoepje naast hem en had inmiddels mijn arm om hem heen geslagen. Een diep bedroefde man die zijn verhaal deed tegen mij, een wildvreemde vrouw.
Ik voelde zijn verdriet en huilde met hem mee.

Ik had deze Jezus ook vaag gekend, Hij had mij gebeden om water bij de put waar ik op dat moment mijn kruiken trachtte te vullen, maar dat terzijde..

En nu, vervolgde Simon Petrus, kraait de haan, 3 keer, zo Hij heeft voorzegd en ik heb het niet eerder begrepen, te laat snikte nogmaals Simon Petrus..een rots, zo noemde Hij mij. Wat een waardeloze rots ben ik, bijeengeraapte brokstukken, zo kun je mij beter noemen. Ik die Hem, mijn geliefde Heer, heb verloochend op het meest cruciale moment in Zijn leven. Waar was ik, wat heb ik gedaan om deze vernedering te voorkomen !!

Op dat moment stapte het Onderwerp van gesprek naar buiten, geketend, tussen soldaten in. Hij liep langs Simon heen en keek hem aan. Zijn ogen, oh, zo liefdevol, zo vol begrip..Simon kon het niet verdragen en sloeg de zijne neer.
Die ogen volgden hem, ze zeiden: Ik houd van jou en begrijp jouw angst. Je bent vergeven, rots zo je bent. Ga en verspreid Mijn boodschap. Ga, en verspreidt Mijn liefde..Ga!

Toen ik mijn arm wegtrok van zijn schouder droogde hij zijn tranen met zijn ietwat smoezelige mouw, stond op, keek me nog een keer aan, mompelde zacht een bedankje en liep al schuifelend richting daar waar ze Zijn Heer Jezus naar toe hadden geleid.
Ik keek hem na, gebogen schouders die naar mate zijn tred zich versnelde, opgericht werden, al had hij reeds besloten datgene in praktijk te brengen wat Jezus hem had opgedragen.
Ik wenste hem in stilte veel succes, moed en een volhardend hart!

En de haan..die kraaide niet meer..het was stil, zo stil..
   
© Grietje Boersma - Drachten